Nu in de etalage

Team Burgardus realiseert: Saint-Exupéry, De onschuld vermoord(t)

Nieuw in onze winkel

keramiek van Ineke Koops

Toffe peren!

ontwerp: Annettte Behrens en Carina Hesper

Nieuw in de collectie

Heddy John Appeldoorn

In onze winkel

Studio Roof

Armbandjes

Ottomania

Nieuw in onze collectie

kunstenaar: Eugene Onderwater

lijstenmakerij mellema

op zolder bij de Kunstuitleen

Kunstenaar van de maand: Irene Grijzenhout

22 juli 2017

Elke maand houd ik een telefonisch interview met een kunstenaar waarvan de Kunstuitleen werken heeft in de collectie. Deze maand een interview met Irene Grijzenhout over haar boten.

I. “Hoe begon je met beelden maken?”

G. “Dat was zo rond mijn 27e. Toen ik eenmaal aan de gang ging raakte ik zo razend enthousiast dat ik niet meer kon ophouden. Ik maakte naïeve beelden van al mijn familieleden, dat was toen de tendens.  Na een jaar had ik een grote tentoonstelling in ‘’Galerie de Kapberg’’ in ‘’Egmond aan den Hoef’’ en wat denk je? Alles werd verkocht! Mijn allereerste tentoonstelling! Ik ben nog nooit zo blij wakker geworden die volgende ochtend.
De grap is dat ik uit een a-cultureel gezin kom. Mijn familie vond mijn beelden vreselijk lelijk en mijn moeder kocht uit medelijden een beeld van mij  uit die  tentoonstelling omdat ze dacht ‘’Irene zal wel niks verkopen’’. Toen ze hoorde dat alles verkocht was, was ze stom verbaasd en had ze spijt als haren op haar hoofd dat ze dat beeld van mij gekocht had.”

I. “Waarom dan?”

G. ”Ze zei dat dan beter iemand anders het beeld had kunnen kopen omdat het dan toch wel verkocht zou zijn.”

I.”En later?”

G. ”Ik werkte door en had zoals dat gaat goede productieve periodes maar ook mindere periodes. Uiteindelijk begon ik met het maken  van boten en dat was het begin van iets nieuws. Vereenvoudiging en vorm gingen een steeds grotere rol spelen.”

I. ”Ja, de vormen die je maakt zijn heel expliciet, vaak heel gestroomlijnd, onmiskenbaar vormen die jij bedenkt. Was er toen een speciale reden dat je boten wilde maken?”

G. ”Dat komt grotendeels door de boten in Den Helder. Als ik al die boten in de haven zie liggen word ik getroffen door De verscheidenheid aan vormen,….. abstracte vormen.

Er was ook een moment in Zuid-Frankrijk bovenop een berg. Ik vond in het scherpe licht een spaander van een boom waarin ik een bootje zag. Het contrast was hard door het felle licht.
Dat zijn van die momenten dat een plan tot leven wordt gewekt. Dan ben je gedreven om een beeld te gaan maken.”

I. ”Heb je die spaander nog bewaard?”

G. ”Nee, later bleek het een onbeduidende splinter te zijn. Het was alleen in dat moment.
Als zo’n herinnering of beeld dan steeds in je gedachten terugkeert, dan weet je dat het belangrijk genoeg is om het beeld te maken.”

I. ”Zit het idee altijd al in je hoofd?”

G. ”Dat wisselt nog weleens. Soms heb ik een plan maar tijdens het uitvoeren wijk ik daar van af omdat het bijvoorbeeld mislukt. Dan gebruik ik de losse onderdelen die ik al had gemaakt en schuif ze in elkaar tot een ander beeld. Dat zijn vaak juist de grote verrassingen die je tijdens een maakproces tegenkomt. Het eerste idee is dan niet meer belangrijk. Het is iets heel anders geworden. Soms nog beter dan je had kunnen verzinnen.

Vaak krijg ik ideeën voor beelden of tekeningen op een associatieve manier door simpele voorwerpen zoals gereedschappen, een aambeeld of een boei. Ik gebruik de vorm van zo’n voorwerp als vertrekpunt voor een beeld.”

I. ”Jouw tekeningen zien er vaak ook heel gebeeldhouwd uit, zijn die tekeningen er het eerst? Komt er daarna pas een beeld?”

G. ”Nee, die tekeningen staan op zich zelf. Tekenen is in die zin makkelijker dan het maken van een beeld omdat een beeld  van alle kanten interessant moet zijn om naar te kijken, bovendien moet ik als ik een beeld maak rekening houden met stevigheid. Dat zijn dingen die voor een deel bepalen hoe een beeld in elkaar zit en hoe het eruit ziet. Tekeningen zijn veel directer.”

I. ”Jij werkt altijd door. Je bent nooit meer gestopt sinds je op je 27e begon met beelden en tekeningen maken. Ik lees nu ‘’De uitvreter’’, een verhaal van Nescio. Wat ik mooi vind is hoe de uitvreter van grote waarde is voor Bavink, een schilder. Hij is een uitvreter die denkt en  beschouwingen heeft. Ik weet nog niet hoe het verhaal verder gaat maar dit stukje trof me”

‘’En als Bavink werkte dan zat Japi erbij in het gras, omgekeerd op een stoel en rookte. En als ze binnen waren dan had Japi een tweede stoel erbij staan met een borreltje erop, waar i af en toe de hand naar uitstak. En hij hield Bavink aan den gang. Tegen niemand anders had Bavink ooit een woord gezegd als i werkte; met Japi sprak i.

Wat Duvel zei Japi,’’ ’t dondert toch niet of ’t goed is, je doet wat je kunt, je bent nu eenmaal een stakker. Je moet schilderen. Je kunt ’t toch niet laten. ’t Hindert immers aan de dingen niet of jij ze nou niet heelemaal zoo krijgen kunt als ze zijn. En die lui, die snappen er toch niets van. Van de dingen niet, van je werk niet en van jou niet. Ik kon mijn tijd toch ook een boel beter besteden dan hier te zitten zuipen en naar die verfboel te koekeloeren. Word ik er minder van?’’

I. “Ik beleef veel plezier aan de boten die nu in de winkel staan. Elke boot is anders en allemaal zijn ze afgewogen in hun vorm.”

G. “Ja, toen je belde met de vraag of ik een paar beelden in de winkel van de Kunstuitleen wilde zetten  dacht ik…. dit past bij Sail, dat was toen net aanstaande. En immers, in Den Helder zijn de boten ontstaan.”

Archief kunstenaar van de maand.