Nieuw in de collectie

schilderijen van Hans Langbroek

De Kunstuitleen bestaat 45 jaar!

Nieuw in de collectie

schilderijen van Monique Nieberg

Nieuw in de collectie

Typex’s Andy

Workshop voor groep 1,2 en 3

Basisscholen maken kennis met de Kunstuitleen

Nieuw in de collectie

schilderijen van Yvonne Zomerdijk

Toffe peren!

ontwerp: Annettte Behrens en Carina Hesper

Nieuw in de collectie

schilderijen van Coren Geus

Peter Bes

27 mei 2021

Peter Bes (1945)

Via een smalle weg die langs enkele boerderijen en een leeg landschap uitkomt bij een kleine groene oase zie ik twee mannen op de weg lopen. Die ene ken ik, dat is Peter Bes. Ik ben aangekomen bij mijn bestemming.

Bes woont in een voormalig schoolgebouw, nu alleen. Zijn vrouw, Irene Grijzenhout is enkele jaren geleden overleden maar in het gesprek dat we voeren, is ze nog overal aanwezig. Allereerst bekijken we de tuin. ‘’Dit is jaren werk en gelukkig hebben de buurman en ik dezelfde opvatting over tuinen, dat is wel zo handig.’’ ‘’Ik moet denken aan le Roy’’, zeg ik. ‘’Ja, daar is het principe van deze wallen ook op geïnspireerd.’’ Le Roy, een kunstenaar uit de jaren ’60 kreeg van de gemeente Heereveen een stuk plantsoen van 1 km lang ter beschikking om zijn ideeën uit te werken. Centraal in zijn ideeën staat dat de mens de natuur niet moet beheersen, maar samen dient te werken met de groeikracht van planten en dieren om zo een complex ecosysteem te bereiken.
Hij verwerkte voor zijn project veel restmateriaal van stratenmakers en bouwde er stapelmuren mee, zonder gebruik te maken van cement. Dit moest een uitgangssituatie bieden voor de natuur om het weer te begroeien.

Ook in de tuin van Peter zijn hoge wallen van stenen, puin, aarde en takken opgestapeld die in de loop der jaren begroeid zijn geraakt. Als we een rondje maken laat hij twee paviljoens zien waarin dezelfde opvatting geldt. De Paviljoens zijn opgebouwd uit tuinresten en kunstwerken. ‘’Ik knel alles, dat is de methode die ik toepas. Alles gaat tussen palen en maakt deel uit van de constructie.’’
In de paviljoens zijn schilderijen tentoongesteld en op een tafel liggen stapels werk op elkaar.
‘’Sommige schilderijen worden opgegeten door de slakken.’’ Hij wijst naar een overblijfsel van een schilderij. ‘’Dit vind ik behoorlijk racistisch. Dit was een zwarte man. De slakken hebben hem weggeslijmt. Er zijn nog enkele lijnen overgebleven, het kan heel verrassend zijn wat ze ervan maken. Die slakken houden van karton.’’ Bes laat nog een werk zien waar de slakken mee bezig zijn. De interactie van de natuur met de kunstwerken levert hele nieuwe beelden op.

 

                                 

‘’Wil je koffie of thee?’’ We lopen naar de ingang van het huis. Via een gang worden we het atelier van Irene binnen geleidt. Het is een oud klaslokaal waarin het gefilterde licht haar bijzondere wereld van sculpturen en tekeningen beschijnt. Allerlei dieren kijken de ruimte in. Vanaf de muren als klare lijntekening of vanuit vensterbanken of kasten als sculpturen in de meest uiteenlopende vormen. ‘’Ik mocht er van Irene geen mausoleum van maken. Ze was daar heel pertinent over. Maar dat is toch moeilijk want ik wil haar werk zoveel mogelijk laten zien aan iedereen en ik wil het om me heen hebben, daarom is er niet veel veranderd. Bovendien hebben we vlak voordat ze ziek werd een nieuwe vloer laten installeren en die wil ik niet vies maken. Laatst zat er een Ransuil buiten in de boom en die keek hier naar binnen. Irene heeft ook veel uilen gemaakt.” ”Wat mooi”, zeg ik. ”Je zou haast denken dat zij het was.”

We lopen door naar de keuken. Bes zet koffie en verteld dat hij elke dag een boodschap gaat doen op de fiets in Anna Paulowna. ‘’Ik heb geen rijbewijs en ik wil voorlopig ook geen elektrische fiets. Fietsen zit in mijn DNA. Ik fiets overal naar toe, Alkmaar, Bergen. Als je dan aankomt, vragen mensen vaak: ‘’Hoe lang heb je er nu over gedaan?’’ Daar gaat het mij dus niet om. De tijd is niet belangrijk. Het gaat erom dat je fietst en alle gedachten die daarbij door je hoofd gaan. Soms kom ik ergens aan en dan denk ik bij mezelf, ben ik er nu al. Soms moet je een punt hebben waar je naar uitkijkt om vol te houden. Het is goed om je dag door te breken met een stuk fietsen. Daarna zie je alles weer scherp.’’

DSCN7403

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bes groeide op in Den Helder. Hij had twee hardwerkende ouders. Hij tekende graag. ‘’Mijn enige referentie naar kunst was in die tijd tekeningen en aquarellen die je wel op de markt zag, van Parijs bijvoorbeeld en natuurlijk platen van Anton Pieck. Daar keek ik wel naar.’’
Toen hij naar de MULO ging waar ook Rudi van de Wint op school zat, gingen ze een keer met de klas naar een tentoonstelling van Breitner en Witsen in het oude gemeentehuis. Dat maakte een verpletterende indruk. ‘’Het was de tijd van stadsvernieuwing en er werd ook veel afgebroken, o.a. het station. Het stedenbouwkundig bombardement noemde ik dat. Ik begon enorm veel te tekenen en te schilderen want ik had gezien hoe Breitner die bouwputten als onderwerp voor zijn schilderijen gebruikte. Dat vond ik prachtig. Als een verslaggever bracht ik heel Noord-Holland in kaart. Ik deed veel ervaring op en had een aardig oeuvre waarmee ik van mijn ouders op 16-jarige leeftijd toelatingsexamen mocht doen voor ‘’de Rijksnormaalschool, opleiding voor tekenleraren in Amsterdam’’. Ondanks dat ik pas 16 was, eigenlijk te jong en de school als eis had dat je een hbs-opleiding had gedaan in plaats van de mulo werd ik toegelaten. De grote stapel werk en mijn talent gaven de doorslag.’’

‘’De school was gevestigd in de bouwhut van Kuypers bij het Rijksmuseum. Er werden allerhande vakken gedoceerd  die met tekenen en schilderen te maken hadden, zoals portret en stilleven. Ook kregen we les in pedagogiek, psychologie en kunstgeschiedenis.
Deze algemene basiskennis moest ervoor zorgen dat je met je vak als docent goed beslagen ten ijs kwam.

Ik moest wel op mijn tenen lopen maar mijn manier om te leren was door alles te registreren.

Zo leerde ik bijvoorbeeld kunstgeschiedenis door alle kerken en kathedralen te tekenen tot in detail. Ik wist precies welke kenmerken gebouwen in verschillende stromingen hadden omdat ik het tekende. Daarna plakte ik fotootjes uit het Kunstgeschiedenisboek in de tekeningen en zo sloeg ik de kennis op.’’

 

             

‘’Ik was nogal goed in het tekenen met houtskool, daarmee kon ik mijn onderwerp plastisch maken. Op een dag zei een leraar tegen mij ’’Nu moet je eens stoppen met die houtskooltekeningen. Dat kan je al te goed. Pak nu eens pen en inkt.’’
Ik moest nu met een klare lijn tekenen. Dat was moeilijk.  Ik voelde me onthand.
Uiteindelijk ben ik hem dankbaar dat hij mij geforceerd heeft om een andere aanpak te gebruiken.
Misschien heb ik daarvan wel het meeste geleerd.’’

We lopen samen het atelier van Bes binnen. In het lokaal staat een grote groep sculpturen, het zijn allemaal mensfiguren, allemaal net iets kleiner dan een werkelijk mens. Dat werkt vervreemdend. Ze zijn gemaakt van papier en karton. Hele treffende persoonlijkheden. Als je ernaar kijkt weet je gelijk wie je voor je hebt. Bijvoorbeeld iemand die een beetje sjofel is of een potige zangeres waar je niet omheen kunt, mensen die samen een publiek vormen, een bescheiden kop als portret. Elke persoonlijkheid heeft Bes op fenomenale wijze opgeroepen.

DSCN7410

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een intrigerend spel van licht en donker zijn bepalend in zijn tekeningen en schilderijen. De essentie van elk onderwerp geeft Bes in alle eenvoud weer. Vaak laat hij de kijker met een filmische indruk achter ‘Wat in films in een reeks van beelden gebeurt, moet ik in één moment zien te vangen. Ik kies voor een enscenering, voor het decor, daarin plaats ik de figuren. Vaak combineer ik daarbij verschillende werelden of breng ik personages uit verschillende tijden bij elkaar.’
De beelden van Bes laten vaak terloopse situaties zien zoals Personen die iets in hun tas zoeken, een vrouw die ligt te zonnen, bekeken van schuin, boven op haar rug.
Mannen die op een bank zitten in een meubelboulevard. Misschien wachten ze terwijl hun partner aan het winkelen is. Vrouwen die met kleren aan, even bevallig op een bed hebben plaatsgenomen, voorbijgangers op straat in Budapest, Iemand die schijnt te wachten. Een auto die geparkeerd staat in een lege straat.

DSCN7424